Een warme dag: 26 graden in de bergen en 30 graden in de dalen. Een echte zomerdag zowaar! En reken maar dat we die niet zomaar konden laten passeren.
Vandaag geen stad meer, maar een rit langs de Fernpass. Het is de oudste pas die van Italië naar Duitsland voert. Eigenlijk is het een Romeinse weg, maar de restanten daarvan zijn amper terug te vinden. Het is een heel drukke weg, want het is één van de weinige passen die door vrachtwagens en caravans mag bereden worden, doordat de stijgingsgraad gemiddeld 8 procent is en dat is heel makkelijk te berijden.
De pas is voor ons vooral een middel om in de regio van de Zugspitze te komen. Het is een heel noordelijk stukje Oostenrijk dat paalt aan Duitsland. Het is daarom ook de hoogste Duitse berg, net geen 3000 meter hoog.
Niet alleen de bergen zijn hier spectaculair, maar de streek is ook gekend voor zijn wandelroutes. We kunnen niet anders dan dat bevestigen, want we hebben de wandeling vanuit de gemeente Biberwier naar de Mittersee en dan terug via de Weissensee gedaan.
De ietwat kleine meren zijn wondermooi, “natuur”lijk qua schoonheid. Ze hebben een groene kleur, waarschijnlijk door de weerspiegeling van de bossen erom heen.
Slechts enkelen vinden deze schone, rustige plaatsjes. Het is vooral de lokale bevolking die hier zijn vrije tijd spendeert. De aanduiding ernaartoe is heel minimaal zodat je ze als toerist ook haast niet vindt, een Nederlander ten uitzondering natuurlijk.
De omliggende gemeentes werden ook als doortocht bezocht vooraleer de tocht naar de camping terug aan te vatten. Gezien we die middag hebben gepicknickt, stond de warme maaltijd ‘s avonds op het programma. Een fijne dag alweer!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten